Dier en natuur

Koi karpers – lust voor het oog, last voor de portemonnee

gastauteur: Cees van Drongelen

Jeugdherinnering
Mijn viservaring heeft vele tientallen jaren niet verder gereikt dan het boerenslootje uit mijn jeugd, waarvan het water toen zo helder was dat je de stekelbaarsjes en de salamanders gewoon kon zien zwemmen en je voor het vangen ervan kon volstaan met een zelfgemaakt schepnetje. Een mentor, die je kon leren hoe met een hengel om te gaan, heb ik nooit gehad.

Kinderhengeltje en brood
Dat kwam pas toen ik 15 jaar geleden met een goede vriend op vakantie was in Zuid-Limburg en hij me meenam naar een karpervijver van de plaatselijke hengelsportvereniging. Daar zaten ernstig kijkende mannen met omvangrijke en veelsoortige attributen ter waarde van een klein vermogen, die niets vingen. Wij hadden geen visspullen bij ons. Een zoektocht in het dorp leverde bij de speelgoedwinkel voor luttele guldens een kinderhengelsetje op en bij de plaatselijke bakker kochten we ieder een halfje wit. Dat waren de wapens waarmee we ons op ruime afstand van de nog steeds somber kijkende semi-profs aan de wallekant nestelden.

Beet
We kneedden het brood tot balletjes en legden in. Geen vijf minuten later hapte de eerste karper toe en een half uur later hadden we acht zware karpers aan de haak gehad. Het was geen kunst: de ruggen van een school kanjers waren duidelijk te zien en ze zaten in onze ‘wijk’. Het was een kwestie van goed mikken met het aas tot dat voor de bek van de vis hing. We hoorden de semi-profs brommen.

Kennismaken met Kois
Toen ik verhuisde en een ruime tuin kreeg, moest daar een grote vijver in komen. Met karpers, maar niet om op te vissen. Bij een opname van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ in het Nationaal Automobiel Museum in Raamsdonksveer had ik daar een bassin gezien waarin wel 30 Japanse Koi-karpers ronddreven; prachtige dikke vissen met kleurpatronen van rood, zwart en wit, die handtam bleken. Die wilde ik ook. Totdat ik hoorde wat ze moesten kosten: te beginnen met € 15,- per stuk voor een visje van 12 cm met onregelmatige kleurvarianten, oplopend naar vele honderden euro’s voor exemplaren tot 25 cm met fraaie geometrische tekening. En garantie tot aan de deur, want hoe exclusiever, des te kwetsbaarder de dieren zijn vanwege ziekten enzo.

Heilig en exclusief
Voor Chinezen en Japanners is de Koi een heilige vis die tot 75 cm lang kan worden. Ze zijn er in wel 15 verschillende kleuren, die in Japan speciale benamingen hebben. Ook zijn er wel een dozijn beschrijvende termen voor de verschillende kleurpatronen en het kweken en selecteren van de vissen is uitgegroeid tot een aparte wetenschap. Hoe exclusiever het patroon, des te duurder de Koi; prachtexemplaren worden verhandeld voor soms tienduizend euro, maar ooit telde een rijke verzamelaar voor een kampioensvis zelfs meer dan 200.000 euro neer!

Reigermaaltje
Om budgettaire redenen heb ik zelf voor Israëlische varianten gekozen. Ook bont, maar niet zo exclusief en met afwijkende kleuren. Drie kocht ik er. En nu, na vijf jaar, is er nog één over, een geel/zwarte. De andere zijn verschalkt door een reiger die alle vijvers in de buurt onveilig maakt door rustig op een dakrand te wachten totdat hij zo’n dikke rug aan de oppervlakte ziet. Mijn Chinese buurman heeft net zo’n vijver als ik, met wel 20 exemplaren van 30 cm grootte en een totaalwaarde van minstens € 5.000,- . En hij verliest er niet één, want hij heeft permanent een fijnmazig net over het water gespannen. Hij ziet ze dus nauwelijks!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *